Berekening van de Eindtotalen

De tabel op dit scherm toont hoe de eindtotalen voor de leerlingen worden berekend. De totalen zijn een gewogen som van maximum vijf elementen.

  1. Gewicht voor leraarbeoordelingen. Dit is facultatief en zal worden gebruikt als de leraar werkelijk het werk van de leerling beoordeelt. Als de leerling meerdere versies van het werk instuurde, dan wordt het "beste" cijfer gebruikt. Hier wordt met "beste" het werk bedoeld met de hoogste gewogen combinatie van het cijfer van de leraar en de klasgenoten...
  2. Beoordelingsgewicht van evaluaties door klasgenoten. Opnieuw, als de leerling meer dan één werkstuk instuurde, wordt het cijfer van het "beste" gebruikt. De beoordeling van de leraar kan optioneel bij de beoordeling door klasgenoten gerekend worden. Dit cijfer kan inbegrepen worden als het aantal beoordelingen door klasgenoten erg laag is of wanneer de juistheid van de cijfers twijfelachtig is, ofwel door afwijking (meestal aan de hoge kant), ofwel omdat ze onbetrouwbaar zijn. Als het cijfer van de leraar mee inbegrepen wordt bij de cijfers van de klasgenoten, dan wordt dat gelijkwaardig meegerekend.
  3. Beoordelingsgewicht voor vertekening. Dit meet of de leerling de werkstukken te laag of eerder te hoog beoordeelt. Het is geen absoluut cijfer omdat het gebaseerd is op het verschil tussen het cijfer dat de leerling geeft en het gemiddelde van de cijfers van de klasgenoten voor elk van de inzendingen die de leerling beoordeeld heeft. Deze component kan best geen hoog gewicht gegeven worden.
  4. Beoordelingsgewicht voor betrouwbaarheid:. Dit is een maat van hoe goed de beoordelingen van een leerling het gemiddelde van de beoordelingen van de andere leerlingen volgt. De maat vermindert de afwijking van de cijfers van de leerling en maakt een gemiddelde van de absolute verschillen tussen de cijfers van de leerling en die van zijn klasgenoten. Als de leerling hoge cijfers geeft voor goede werkstukken en lage cijfers voor slechte werkstukken, dan zal de betrouwbaarheid hoog zijn. Als vermoed wordt dat de leerlingen slechte beoordelers zijn, dan kan het meerekenen van de cijfers van de leraar de cijfers voor betrouwbaarheid meer betekenis geven.
  5. Beoordelingsgewicht van het beoordelen van de evaluaties. Hierin zitten zowel het cijfer van de beoordeling van de leerling voor het voorbeeldwerk dat de leraar ingezonden heeft, als elk cijfer dat de leraar geeft op een beoordeling die de leerling geeft tijdens de fase van de beoordeling door klasgenoten. Gewoonlijk is deze component belangrijker dan de vertekenings- en de betrouwbaarheidscomponent en kan die dus beter een groter gewicht krijgen.

Deze vijf componenten kunnen gewogen worden zoals nodig geacht voor de opdracht. Het cijfer van de leraar kan bijvoorbeeld een hoog gewicht krijgen als het beoordelen door klasgenoten een minder belangrijk deel van de beoordeling als geheel beschouwd wordt. Anderzijds, als de leraar slechts enkele werkstukken beoordeelt, dan kan aan deze cijfers een weging van nul meegegeven worden, zodat ze genegeerd worden. Als de opdracht helemaal draait rond de leerlingen als rechters en het geven van feedback, dan kunnen de eerst twee elementen op nul (of laag) gezet worden en dan zullen de cijfers van de leerlingen het eindcijfer bepalen.

Merk op dat dit scherm opbouwend gebruikt wordt en dat de eindtotalen normaal gezien niet ter inzage aan de leerlingen gegeven worden voor de laatste fase van de opdracht. Eens de leraar tevreden is met de eindtotalen en hun wegingen, dan kunnen ze aan de leerlingen getoond worden.

Index helpbestanden